Smart Duck computeren en andere dingetjes ...

Psuedomugil signifer

Dit artikeltje heb ik in de jaren '90 geschreven voor aquarium vereniging Ichthus te Zevenaar.

Herkomst

Dit fraaie visje komt uit Australië, en vrij wel aan de gehele oostkust tot 20-30 km land inwaarts. Van Cooktown in het noorden tot Ulladulla in het zuidelijke New South Wales.

Uiterlijk

Het is moeilijk om dit visje te beschrijven, omdat de kleur en lengte van de vinnen per vindplaats sterk verschillen. Ook de watercondities verschillen sterk per locatie. Eerst maar een aanwijzing hoe de kleuren kunnen variëren; het lichaam kan van bruingeel tot een zilverig grijsblauw kleuren. Langs de schubbenranden is altijd een grijs/zwarte nettekening te vinden. De staart, aars- en tweederugvin zijn van geel tot oranje gekleurd en voorzien van een zwarte en daarnaast een witte zoom. De eerste rugvin en de gepaarde vinnen zijn zwart met een witte zoom. De eerste rugvin kan bij sommige populaties zo zijn verlengd dat deze tot aan de staartvin reikt.

Waterkondities

De watercondities kunnen per vindplaats variëren van zoet- tot brakwater. Sommige populaties komen alleen in zoetwater voor. Andere populaties zwemmen geregeld van brakwater gebieden naar zoetwater, en andersom. De meeste nakweek kan zonder problemen in puur zoetwater worden gehouden. Met wildvang moet je voorzichtiger zijn, altijd informeren naar de herkomst! Voor de zoetwater populaties neem je de volgende richtlijnen aan : Temperatuur 20-27°C, pH 7 - 7.8, in de natuur komen extremere condities voor : Temperatuur 15-28°C en de pH 5.5 tot 7.8. Toevoeging van zeezout voor een brakwatermilieu: 0,5 gram per liter. Bij een goede warme zomer kun je het verwarmingselement gewoon uitzetten. P. signifer heeft wel regelmatige waterverversingen nodig om gezond te blijven, 20 % per week is aanbevolen, in een klein aquarium is dit zeker nodig! In een groter aquarium kunt je hier iets van afwijken.

Inrichting aquarium

Deze soort houdt van een dichte beplanting, maar vanwege hun levendige karakter moet er toch wel voldoende zwemruimte zijn. De bodem kan uit zand of een grind/zand mengsel. Gebruik fijnbladerige planten zoals Cambomba, Hoornblad en Javamos. Ze zijn in een aquarium vanaf 60 cm goed onder te brengen, en dan in een schooltje van ongeveer 10 stuks. Zorg voor een verhouding mannetjes : vrouwtjes als 1 : 2. Zorg voor schuilplaatsen in de vorm van stenen, kienhout of dichte begroeiing. De mannetjes kunnen ongeïnteresseerde vrouwtjes behoorlijk opjagen. Als de diertjes in zoetwater worden gehouden, zijn Corydoras soorten of grondeltjes heel geschikt als gezelschap. Hele fraaie grondels zijn Tateurndina ocellicauda uit Nieuw Guinea en Chlamydogobius eremius (Woestijn grondel) uit Australië. Voor een brakwater milieu is natuurlijk het bekende Geelbandgrondeltje (Brachygobius nunus) uit Indonesië een leuke afwisseling in het bakje.


Kweek

Deze is gemakkelijk bij regelmatig voeren 1-2 keer per dag met levend voor dan zijn de visjes zo in paar stemming. Bij een goede verzorging kunt u dit dagelijks zien, en ook in de gezelschapsbak! Het mannetje zwemt met schokkerige bewegingen voor het vrouwtje langs, als zij dan op zijn uitnodiging ingaat volgt ze hem naar een door hem uitgezocht plekje in fijn groen. De visjes zwemmen naast elkaar waarbij het mannetje heftig met zijn borstvinnen "slaat". Daarna, in het groen, worden de eitjes afgezet en bevrucht, waarbij de visjes zij aan zij liggen. De eitjes (vrij groot 1,4 - 1,8 mm) worden in de onderste 10 cm van het aquarium in fijnbladerig groen afgezet. Het vrouwtje legt verspreid over een aantal dagen zo'n 10-12 eitjes per dag. P. signifer is een eiereter dus ; zo snel mogelijk de eitjes verwijderen. De eitjes zijn voorzichtig met de vingers uit het groen te halen en kunnen, mits vochtig gehouden !, 10 to 15 min. buiten de bak verblijven. Het verwijderen van de eitjes uit javamos kan een lastig karweitje zijn, de eitjes bezitten een plakkerig draadje en blijven gemakkelijk aan je handen kleven. De eitjes komen uit na twee tot drie weken. Ik breng de eitjes meestal over in een klein bakje van 20 cm met een klein laagje water (2-3 cm). Op deze manier kan ik de ontwikkeling van de eitjes goed in de gaten houden. Zorg er wel voor dat het bakje op een goed verwarmde plek staat, minimaal kamertemperatuur. Om te voorkomen dat eitjes verschimmelen kun het bakje het beste op een wat donkere plaats zetten. Een beetje (2-3 druppels) methyleenblauw kan ook geen kwaad om verschimmelen te voorkomen. De pas uitgekomen jongen zijn prima door de eerste twee weken te brengen met pantoffeldiertjes en hard gekookte eidooier. Daarna breng je de jongen groot met fijn droogvoer (bijvoorbeeld: Tetra Micromin) en levend voer (bijvoorbeeld: artemia). Na 3 maanden zijn de visjes 2-3 cm, na nog eens drie maanden geslachtsrijp. Bij een goede verzorging worden ze ongeveer 4 jaar oud. P. signifer is een taai visje waar u veel plezier aan kunt beleven!

Copyright 2020 Marcel Beekman

Nanochromis transvestitus

Dit artikeltje heb ik in de jaren '90 geschreven voor aquarium vereniging Ichthus te Zevenaar.

In de natuur zijn de mannen meestal mooier dan hun vrouwtjes. Bij dit visje gaat dit helaas niet op, daar heeft dit visje ook zijn wetenschappelijke naam "transvestitus" aan te danken. Het vrouwtje van deze soort is een grote lijnen gelijk aan het mannetje, alleen de kleuren zijn veel intensiever. Het visje heeft een grijze tot bruinbeige ondergrond met daarop 5-6 donker grijze dwarsbanden. De ongepaarde vinnen zijn voorzien van een zwart zoompje. Verder hebben de kieuwdeksels groenbronzen glans. Het vrouwtje heeft als extra een heel fraai patroon van witte streepjes in haar rug-, aars- en staartvin, verder heeft zij een rood buikje. Bij de volwassen vrouwtjes is dit een heel diep bordeauxrode kleur.

Herkomst

Dit visje komt uit Afrika en wel uit het gebied rond het Maji-ndombe meer in Zaïre.

Mijn ervaringen

Tijdens de landelijke aquariumdag had ik een gesprek met een medeaquariaan bij de stand van de vereniging die op deze dag bij een bekende dierenwinkel was opgezet. Al snel vertelde hij mij dat hij nog zeker een 7 tal paartjes uit eigen kweek had en daar vanaf wilde. Ik heb 4 paartjes van hem gekocht, waarvan er 2 paar naar een goede vriend van me zijn gegaan die het ook wel eens met deze soort wilde proberen. Voor deze visjes heb ik een 60 cm aquarium ingericht, de inrichting voor deze visjes is vrij eenvoudig. De visjes houden van holletjes om in weg te "kruipen", dus kienhout en stenen mochten niet ontbreken. Verder heb ik rivierzand voor de bodem genomen omdat de visjes graag in het zand naar voedsel zoeken. Als beplanting kwamen dan de Anubias barteri soorten en het "mosselplantje" (Pistia stratiotes) als drijfplant (wat zorgt voor een rustig en gedempt licht in het aquarium) in aanmerking. De hiervoor genoemde planten komen voor in Afrika zodat je thema bij Afrika kan houden, en een echt speciaal biotoop aquarium creëert. Ik heb me er niet helemaal bij Afrika gehouden want ik heb er ook wat Javavarens (Microsorium pteropus)en Belgisch-blad (Hygrophyla polysperma) in gezet.

Ik heb al eens voor een paar jaar terug een paar Nanochromis tranvestitus gehouden samen met Pelvicachromis taeniatus (familie van de Kersenbuikcichlide) en dat ging prima. Ik heb toen wel nakomelingen gehad van P. taeniatus. Deze keer wilde ik het met 2 paartjes N. transvestitus proberen, en daarom heb ik voldoende scheidingen in de vorm van kienhout, stenen en planten in het aquarium aangebracht om het zicht zo veel mogelijk te beperken zijn zodat de dieren niet zo snel gestrest raken. Al snel vormde er 2 paartjes uit het groepje van vier en werden territoria al snel afgebakerd. Meestal nemen de dieren hun intrek in een op zijn kant gelegde kokosnootdop of een half bloempotje die in het zand gedrukt is, indien voorhanden. Dat gebeurde bij mij dus niet, de twee mannetjes vestigde zich ieder onder een stuk kienhout en groeven hun eigen hol. Het "broedhol" wordt grondig schoon gemaakt en wat zand wordt verschoven als het in de weg zit. De graafwerkzaamheden bleven gelukkig beperkt rond het broedhol zodat de planten niet boven kwamen drijven. Regelmatig komt er een vrouwtje langs een van de holen van de mannen om haar baltskunsten te vertonen. Dit is prachtig om te zien; het vrouwtje zet al haar vinnen wijd uit en kronkelt zich in een soort U -vorm.

Waterkwaliteit

Nu komen we bij de waterkwaliteit, die een belangrijke rol speelt bij de kweek van Nanochromis transvestitus, tenminste dat beweren veel liefhebbers (wetenschappers). Naar mijn idee is dat een beetje overdreven. Ik heb in grote lijnen aan de richtlijnen van de heren H. Linke en W. Staeck gehouden, zij geven aan: pH 4 - 6,5, zacht water en een temperatuur van 22 - 26°C. Mijn mening is dat veel vissen die generatie na generatie worden nagekweekt, zich aanpassen aan de condities waaronder wordt gekweekt. Als je de boeken dan moet geloven kweken de visjes meestal pas als de pH onder de 5,8 is, beter nog onder de pH 5,5 en er een regelmatige waterverversing plaats vindt, dus filteren over turf en of gedroogde bladeren of turfstrooisel op de bodem.

Kweek

Als de visjes zich "happy" voelen en regelmatig levend voer krijgen, kan je op nakomelingen rekenen. De visjes vertonen broedzorg in de vader-moeder vorm waarbij de taak van de vader meer het afbakeren van het territorium is en de moeder zich meer met de jongen bezig houdt. Af en toe nemen vader of moeder de taak van de andere ouder over als de ander niet in de buurt is. Als het aquarium groot genoeg is met voldoende schuilplaatsen groeien veel jongen op. Na ongeveer een half jaar zijn de jongen opgegroeid tot volwassen exemplaren. Ik heb nog geen jongen van één van de 2 paartjes gehad, maar ik verwacht dat zij mij zeer binnenkort zullen verassen met jongen.

Gezeldschaps aquarium

Eventueel zou ik de bevolking aan kunnen vullen met wat andere bewoners. Uit Afrika komen vele mooie killievisjes waarvan vooral de Rivulus soorten heel geschikt zijn als gezelschap, ook in een bakje van 60 cm. Gezelschap van rustige killies of labyrintvisjes die dicht bij het wateroppervlak zwemmen maken dwergcichliden minder schuw.

Geraadpleegde boeken: Afrikanische Cichliden I, Buntbarsche aus Westafrika, Horst Linke - Wolgang Staeck, uitgeverij Tetra.

Copyright (c) 2020 Marcel Beekman

Melanotaenia parkinsoni

Dit artikeltje heb ik in de jaren '90 geschreven voor aquarium vereniging Ichthus te Zevenaar.

Deze prachtige vis is voor het eerst beschreven in 1980 door Dr. Gerald R. Allen, deze man houdt zich al sinds 1972 bezig met het ontdekken en beschrijven van Regenboogvissen uit Australië en Nieuw Guinea.

Vindplaats
Deze soort werdt gevangen in het Zuid-Oostelijke puntje van Papua Nieuw-Guinea vlakbij de hoofdstad Port Moresby door Brian Parkinson. In 1978 hadden deze vissen hun weg al gevonden naar liefhebbers. Maar alleen in zeer kleine aantallen, het is altijd moeilijk geweest om aan deze soort te komen via de aquarium-handel.

Uiterlijk
De vis kan groter worden als 13cm. De rug is meestal glanzend olijfkleurig/paars, in het midden verschijnt er soms een wazige zwarte streep, onder deze streep is het lichaam metaalachtig blauw, de buik heeft bij de mannetjes een oranje oplichtende gloed. De schubbenrijen worden van elkaar gescheiden door oranje, paarse of groene lijnen. Het spektakulairste van de mannetjes zijn de fel gele of oranje vinnen met een brede zwarte zoom. Bij uitzondering zijn er ook mannetjes die inplaats van geel of oranje, felrode vinnen krijgen. Wanneer de dieren wat ouder worden breidt de gele, oranje of rode kleur zich uit over het achterste deel van het lichaam.

Deze vissen zijn zeer bewegelijk en moeilijk te fotograferen... hier een groepje jonge dieren.

undefined

Inrichting aquarium
De soort wordt gehouden in een groep van minimaal 10 dieren in een aquarium van af 150cm (200 liter inhoud en meer) om genoeg beweging te hebben. Zorg er voor dat er meer vrouwtjes als mannetjes zijn (bijvoorbeeld: 4 mannetjes en 6-8 vrouwtjes). De bak richt men in met een grote open zwemruimte voorin en langs de achterwand fijnbladerige planten. Als dekoratie zijn fraaie stenen of stukken wortelhout heel geschikt. Geschikte planten soorten zijn: Cabomba, Hoornblad, Javamos maar ook Javavarens, Vallisneria's en Anubias soorten behoren tot mijn favorieten. Als gezelschap zijn levendbarende, andere regenboogvissen en meervallen op hun plaats. Zuid-Amerikaanse zalmen, barbelen en diverse modderkruipers en grondels geven ook geen problemen. Plaats er alleen geen rustige of heel kleine visjes bij, die hebben al heel gauw te veel stress van de snelle zwembewegingen van deze levendige Parkinsoni's en het voer wordt voor hun "neus" weg gekaapt. Als heel nuttig heb ik Corydoras-soorten ervaren, die ruimen namelijk voedsel restjes van de bodem op die de regenbogen laten liggen. Regenboogvissen eten niet graag voedsel van de bodem.

Water kwaliteit
Melanotaenia Parkinsoni is een sterke vis en kan bij verschillende waterkondities worden gehouden. Het meeste plezier van deze vissen heb je als de temparatuur tussen de 25-30 °C is en de pH tussen de 7 en 8. Regelmatig water verversen 20% per twee weken is zeker nodig, afhankelijk van het aantal dieren en grootte van het aquarium.

Voer
In de natuur leven de dieren van in het water gevallen insekten, zaden, en algen. Als basis geeft men een plantaardige voersoort (bijvoorbeeld: TetraPhyll), daarnaast is het geven van twee of meer keer per week levend voer of diepvries voer een belangrijke aanvulling. Regenboogvissen eten niet al het voer in een keer op, het is dus beter om vaker kleine beetjes te geven.

Kweek
Dit gaat bij een goede verzorging vanzelf, ook in de gezeldschapbak. De eieren (klein en glazig met een plakkerig draadje) worden afgezet op een fijnbladerige plant en kunnen met plant en al uit het aquarium worden genomen. De jongen zijn bij het uitkomen na 8-10 dagen bij 27°C heel klein (3-4mm) en groeien langzaam. Na een jaar zijn zij ongeveer 6-7cm lang en in staat tot voortplanting. Voer de jongen de eerste twee weken met microscopische algen, en probeer het daarna met heel fijn speciaal droogvoer of vloeibaar voer. De jonge vissen hebben nog lang niet de mooie kleuren van de ouders. Regenboogvissen zijn pas op kleur als zij hun volle lengte en volwassen stadium hebben bereikt.

Copyright © 2018 Marcel Beekman

De keizertetra

Wetenschappelijke naam: Nematobrycon palmeri
Dit prachtige visje uit West-Colombia is zeer populair bij aquarianen. Dit is niet verwonderlijk, de Keizer Tetra heeft prachtige kleuren, is vreedzaam en een sterke en goede beginnersvis.

Uiterlijk
Brede zwarte baan van net onder het oog tot de staartvin, van af daar loopt deze uit in verlengde vinstralen. Boven deze zwarte baan zit een prachtig blauw glanzende baan. De rug is verder bruinachtig en de buik wit-beige. De vinnen zijn geel-achtig met een roodbruine tot zwarte zoom. Mannetjes krijgen op leeftijd een hoge rug. Het visje kan maximaal zo'n 6 cm lang worden.
Geslachtsonderscheid : Mannetjes zijn gemakkelijk te herkennen aan de verlengde vinstralen van de rugvin en staartvin. Mannetjes hebben blauwe ogen de vrouwtjes groen.

De vissen op de foto hier zijn nog jong en niet op kleur. Maar u ziet hier wel duidelijk het vrouwtje rechtboven in de foto (groen oogje) en in het midden op de foto een mannetje (blauw oogje).

undefined 

Aquarium inrichting
Het aquarium moet minimaal 100 liter zijn voor 2-3 mannetjes en 5 vrouwtjes (altijd meer vrouwtjes als mannetjes, liefst niet meer als 3 mannen in één aquarium). Breng een dichte beplanting aan, met hier aan daar open stukken. Creëer schaduwplekken met kienhout. Niet vergeten javamos op het hout aan te brengen, dan overleven er altijd wel een paar jonge visjes.

Gezelschap
Als gezelschap zijn andere rustige zalmpjes, kleinere meervallen uit de families Corydoras, Ancistrus, Peckoltia, Rineloricaria. Cichilden zijn minder geschikt, de Keizer Tetra is zelf een terrartoriumvormer en daardoor kunnen in kleine aquaria conflicten ontstaan met een cichilde als buurman.

Waterkwaliteit
Stelt geen bijzondere eisen aan de samenstelling. Een temperatuur tussen de 20 en 27 °C, pH rond de 6,5 en een GH waarde van 4 tot 12 °DH. Wel elke 1-2 weken minimaal 15% van het water verversen en het water licht aanzuren met turf of eikenextract.

Gedrag
Levendige visje, laat andere vissen in een normaal bevolkt aquarium met rust. De mannetjes houden onder elkaar territorium "gevechten" waarbij zelden verwondingen ontstaan.

Kweek
Gaat in een niet te dicht bevolkt aquarium vanzelf. Javamos is een ideale plant als afzet substraat en schuilgelegenheid voor de jonge visjes.

Voedsel
Keizer Tetra's zijn echte alleseters. Afwisselend droogvoer met levendvoer in de vorm van verse muggenlarven, watervlooien e.d. heeft natuurlijk de voorkeur.

Copyright © 2018 Marcel Beekman

De citroentetra

Dit stukje heb ik in de jaren 90 geschreven voor aquarium vereniging Ichthus te Zevenaar. Het is ook gepubliseerd op het web door A.V. AquaVisie.

wetenschappelijke naam: Hyphessobrycon pulchripinnis

Uiterlijk
Dit mooie visje is een oude bekende in de aquariumwereld, maar wordt weinig gehouden. Vaak worden ze in een aquariumwinkel voorbij gelopen omdat de visjes in de bak er naast mooiere kleurtjes heeft. Pas in een goed ingericht aquarium komen de dieren tot zijn recht en laten de citroen-gele kleur zien waar de Citroen Tetra zijn naam aan heeft te danken. De Citroen Tetra komt uit Brazilië, en komt o.a. voor in het Amazone gebied. Het visje heeft een vrij hoge bouw. Het lichaam is semitransparant, het onderste gedeelte is zacht citroengeel, het bovenste gedeelte (rug) neigt meer naar bruin. De bovenste helft van het oog is fel rood. De aars en de rugvin hebben een zwart zoompje, de rugvin heeft een witte tip en de aarsvin heeft een citroengele tip. De vinstralen van de rug-, aars-, en staartvin hebben een wit lijntje. Grootte: maximaal 5 cm. Het mannetje is iets groter en de aarsvin heeft een bredere zwarte zoom.

undefined


Huisvesting
De Citroen Tetra is ook vanwege zijn grootte geschikt voor een klein aquarium. In een 60x30x30 bakje kun je een schooltje van 7-10 stuks houden en daarmee is het bakje aardig vol en blijft er weinig ruimte over voor medebewoners. Het aquarium moet zo zijn ingericht dat er plekjes zijn waar de vissen zich kunnen verstoppen. Dit kun je bereiken door drijfplantjes te gebruiken zodat u beschaduwde plekjes creëert. Met grillig kienhout creeert u ook schaduw plekjes waar visjes zich kunnen terug trekken. Verder moet het aquarium redelijk beplant zijn en een open zwemruimte hebben. Waterkwaliteit Bij een pH tussen de 6-7 doet de Citroen Tetra het prima. De temperatuur kan het beste tussen de 22 en 26°C liggen, af een toe een daling tot 20°C of iets daar onder is niet erg, het zijn sterke visjes die zich gemakkelijk aanpassen. Waar ze niet goed tegen kunnen is hard leidingwater. Het beste is water gefilterd over turf, hiermee krijgt u een theekleurig water zoals ook in de vele zijriviertjes van de Amazone, de visjes zijn dan ook mooier van kleur. Belangrijk is dat er niet te veel mannetjes in de school zitten. De mannetjes bakeren een klein territorium af. De felheid van het verdedigen hiervan valt heel erg mee, de visjes zijn heel vreedzaam. Een verhouding man:vrouw van 1:2 gaat prima. De Citroen Tetra is geen snelle zwemmer, maar wel een bewegelijk visje.

Gezelschap
Als gezelschap moet u alleen soortgelijke rustige visjes kiezen. Goed gezelschap zijn o.a. de kleinere soorten meervallen uit de families Corydoras, Peckoltia, Ancistrus, Loricaria, andere kleine en rustige Zuid-Amerikaanse zalmpjes: Hyphessobrycon, Hemmigrammus, Pristella, Paracheidon etc.., in een groot aquarium (100cm en groter) een paartje of trio dwergcichliden (Apistogramma, Microgeophagus). Citroen Tetra's zijn echte gezelligheids dieren, u kunt bijvoorbeeld in een 120cm bak een schooltje van 11 stuks houden samen met schooltje met 11 Sikkel zalmpjes (Hyphessobrycon roberti). U zult zien dat ze regelmatig elkaars gezelschap op zoeken en als één grote school door de bak trekken.

undefined


Kweek
De ene zegt dat de kweek moeilijk is, de andere gemakkelijk, bij mij in het aquarium vertoond de Citroen Tetra baltsgedrag en zet eitjes af (in javamos en vrij hangende wortels van Belgisch Blad) bij 23°C en licht zuur water (pH 6,7 - 6,8). Het zijn eiereters dus als u jongen wilt overhouden moet u de eitjes overbrengen in een ander bakje. De opfok van de jongen is wel lastig, zij hebben heel klein voer nodig en heel schoon water.

Voeding
De Citroen Tetra is gek op levendvoer zoals muggenlarven en watervlooien, maar eet ook droogvoer en (ontdooid !) diepvries blokjes muggenlarven, artemia etc.., eet dus vrijwel alles.
De Citroen Tetra is een prachtig visje om mee te beginnen, voor kleine en grote aquaria.

Copyright © 2018 Marcel Beekman

Chinese Danios buiten kweken

De chinese danio heeft nog altijd een speciaal plekje in mijn collectie visjes. Ze zijn prachtig om te zien, hebben een speels gedrag en zijn erg sterk. Het visje heeft zijn oorsprong in het witte wolken gebergte Guangzhou in China. Vandaar dat zijn engelse naam White Cloud Mountain minnow is.  Ik weet niet hoe nu de situatie is maar voor een tijd terug was het visje daar (bijna) uitgestorven. Vreemde situatie vind ik. In de winkel betaalt u euro 1 - 1,50 per visje. Helaas geld dit voor meerdere tropische vissen waar het natuurlijke leefgebied is verstoord. Het visjes is dus niet tropisch maar subtropisch en kan temperaturen verdragen van net boven het vriespunt tot 30°C. Lang in extreme temperaturen houden is niet verstandig. In het aquarium binnenshuis is een verwarming niet nodig. Ik hou ze zowel binnenshuis, in de tuinkas (deel van het jaar) en vijver (hele jaar door, 1.20 meter diep).

Geslachtonderscheid
Dit is bij volwassen dieren goed te zien. De mannetjes zijn slanker en iets kleiner. Bij kuitaangezette vrouwtjes is de dikke buik goed zichtbaar.

Buiten kweken
Echt een aanrader als u met deze mooie visjes wilt kweken. Neem een grote speciekuip en zorg voor een laagje grind op de bodem. Zet hierin een aantal potjes vijverplanten met fijn blad(bijvoorbeeld hoornblad, waterpest) en eentje met drijfblad (plomp, waterpostelijn). Vul deze met 3/4 water. Zorg dat het buiten s'nachts niet onder de 15°C graden komt voordat de visjes er in worden gezet. Plaats ook een glasplaat of gaas bovenop om nieuwsgierige katten te weren. Plaats na +/- 2 weken een groepje van 10 visjes. 3-5 mannetjes en 5-7 vrouwtjes. Voer de dieren elke dag 1 keer met (rode)muggenlarven, watervlooien en af en toe droogvoer. De jonge visjes komen vanzelf. De ouders, indien goed gevoerd, eten hun jongen niet op. De jongen zijn in het begin heel erg klein, ten grote van een speldeknop.

undefined
Wanneer de jongen wat groter worden ontwikkelen ze een fel blauwe lengtestreep. Vanaf een centimeter of 2 gaan ze steeds meer op de volwassen visjes lijken.

undefined


Onderhoud
Wanneer u veel nakomelingen heeft breidt dan het aantal speciekuipen uit om overbelasting te voorkomen. U zult zien dat de vissen harder groeien en er mooier uit gaan zien. Blijf ook regelmatig water verversen, 20% elke week. Wat groene alg is geen probleem zolang de kuip maar niet vol groeit. In groene alg zitten veel microorganismen, voedsel waar uw jonge visjes goed van zullen groeien.

Copyright © 2018 Marcel Beekman

Home