Dit artikeltje heb ik in de jaren '90 geschreven voor aquarium vereniging Ichthus te Zevenaar.

Deze prachtige vis is voor het eerst beschreven in 1980 door Dr. Gerald R. Allen, deze man houdt zich al sinds 1972 bezig met het ontdekken en beschrijven van Regenboogvissen uit Australië en Nieuw Guinea.

Vindplaats
Deze soort werdt gevangen in het Zuid-Oostelijke puntje van Papua Nieuw-Guinea vlakbij de hoofdstad Port Moresby door Brian Parkinson. In 1978 hadden deze vissen hun weg al gevonden naar liefhebbers. Maar alleen in zeer kleine aantallen, het is altijd moeilijk geweest om aan deze soort te komen via de aquarium-handel.

Uiterlijk
De vis kan groter worden als 13cm. De rug is meestal glanzend olijfkleurig/paars, in het midden verschijnt er soms een wazige zwarte streep, onder deze streep is het lichaam metaalachtig blauw, de buik heeft bij de mannetjes een oranje oplichtende gloed. De schubbenrijen worden van elkaar gescheiden door oranje, paarse of groene lijnen. Het spektakulairste van de mannetjes zijn de fel gele of oranje vinnen met een brede zwarte zoom. Bij uitzondering zijn er ook mannetjes die inplaats van geel of oranje, felrode vinnen krijgen. Wanneer de dieren wat ouder worden breidt de gele, oranje of rode kleur zich uit over het achterste deel van het lichaam.

Deze vissen zijn zeer bewegelijk en moeilijk te fotograferen... hier een groepje jonge dieren.

undefined

Inrichting aquarium
De soort wordt gehouden in een groep van minimaal 10 dieren in een aquarium van af 150cm (200 liter inhoud en meer) om genoeg beweging te hebben. Zorg er voor dat er meer vrouwtjes als mannetjes zijn (bijvoorbeeld: 4 mannetjes en 6-8 vrouwtjes). De bak richt men in met een grote open zwemruimte voorin en langs de achterwand fijnbladerige planten. Als dekoratie zijn fraaie stenen of stukken wortelhout heel geschikt. Geschikte planten soorten zijn: Cabomba, Hoornblad, Javamos maar ook Javavarens, Vallisneria's en Anubias soorten behoren tot mijn favorieten. Als gezelschap zijn levendbarende, andere regenboogvissen en meervallen op hun plaats. Zuid-Amerikaanse zalmen, barbelen en diverse modderkruipers en grondels geven ook geen problemen. Plaats er alleen geen rustige of heel kleine visjes bij, die hebben al heel gauw te veel stress van de snelle zwembewegingen van deze levendige Parkinsoni's en het voer wordt voor hun "neus" weg gekaapt. Als heel nuttig heb ik Corydoras-soorten ervaren, die ruimen namelijk voedsel restjes van de bodem op die de regenbogen laten liggen. Regenboogvissen eten niet graag voedsel van de bodem.

Water kwaliteit
Melanotaenia Parkinsoni is een sterke vis en kan bij verschillende waterkondities worden gehouden. Het meeste plezier van deze vissen heb je als de temparatuur tussen de 25-30 °C is en de pH tussen de 7 en 8. Regelmatig water verversen 20% per twee weken is zeker nodig, afhankelijk van het aantal dieren en grootte van het aquarium.

Voer
In de natuur leven de dieren van in het water gevallen insekten, zaden, en algen. Als basis geeft men een plantaardige voersoort (bijvoorbeeld: TetraPhyll), daarnaast is het geven van twee of meer keer per week levend voer of diepvries voer een belangrijke aanvulling. Regenboogvissen eten niet al het voer in een keer op, het is dus beter om vaker kleine beetjes te geven.

Kweek
Dit gaat bij een goede verzorging vanzelf, ook in de gezeldschapbak. De eieren (klein en glazig met een plakkerig draadje) worden afgezet op een fijnbladerige plant en kunnen met plant en al uit het aquarium worden genomen. De jongen zijn bij het uitkomen na 8-10 dagen bij 27°C heel klein (3-4mm) en groeien langzaam. Na een jaar zijn zij ongeveer 6-7cm lang en in staat tot voortplanting. Voer de jongen de eerste twee weken met microscopische algen, en probeer het daarna met heel fijn speciaal droogvoer of vloeibaar voer. De jonge vissen hebben nog lang niet de mooie kleuren van de ouders. Regenboogvissen zijn pas op kleur als zij hun volle lengte en volwassen stadium hebben bereikt.

Copyright © 2018 Marcel Beekman